WERK

Over het werk van Armand Baag

 

Armand Baag heeft meerendeels figuratief werk geschilderd dat wordt gekenmerkt door een mengvorm van expressionisme en symbolisme. Veelal gebruikt hij daarbij objecten uit de natuur. Zijn werk heeft daarom vaak een bepaalde mate van spiritualiteit en is soms doortrokken van een sociale en politieke bewogenheid. De belangrijke thema’s in het werk van Baag zijn de vrouw, de voortplanting en de dood.

 

Zijn favoriete schilders zijn Titiaan (1487-1576) en Francisco Goya (1746-1828). Hij zegt over Goya: “Ik houd van zijn spiritualiteit. Hij heeft met de mensen geleefd. Hun lief en leed geschilderd. Frans Hals, die hetzelfde heeft gedaan, is een andere favoriet. Gauguin is ook een grote liefde. Als Surinamer herken ik mij in zijn kleuren en dan heb je nog zijn opvatting van de gekleurde mens.” (Gauguin was half-Peruaans)

 

De positie van Armand Baag als Surinaams kunstenaar in Nederland is niet altijd even makkelijk geweest. Baag is verbolgen over een citaat in een krant naar aanleiding van de expositie ‘Farawe’ in de Nieuwe Kerk in Amsterdam (geopend door minister Brinkman van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur). Baag citeert: ‘…dat krijg je als je negers techniek leert. Het zijn primitieve mensen en nu krijg je dingen als dit…’ “Waar het op slaat, mag God weten. Misschien heeft het te maken met het feit dat wij niet abstract schilderen en in de hoek van ouderwets worden geplaatst. Of omdat we te tropisch van kleur zijn. Ik sta sceptisch tegenover kunstcritici. Zij lullen meestal uit hun nek en schrijven van die klote artikelen. Het grote kapitaal heeft al zijn geld in abstracte kunst gestoken en geen enkele galeriehouder wil een kapitalist bruuskeren. Die zegt daarom niet: ‘non-figuratief, het dak op ermee!’ De Surinaamse kunstenaars hebben het daardoor moeilijker op de vrije markt dan hun witte collega's, terwijl zij al sowieso niet optimaal kunnen functioneren. Je bent berooft van je emotionele stabiliteit en omgeving.”

 

Baag gaat verder: “Een schatrijke goede vriend, die veel kunst koopt, zei eens tegen me: ‘Ik vind je werk prachtig, Mando. Maar ik kan mij niet voorstellen dat één van je doeken bij mij aan de wand hangt. Zij hebben niets te maken met mijn leven. Ik zie geen neger in mijn huiskamer hangen. Je werk bekritiseert mij constant en ik wil rust in mijn huis.’ Dat is een van mijn problemen. Een abstract werk bekritiseert niet. Het hangt daar slechts. Mijn werk schopt tegen het zere been. Het praat tot je, het dringt zich op, je kan er niet omheen.”

 

“Het verschijnsel, zoals in de muziek, van een Surinaamse stijl ‘van huis uit en in de kou’, bestaat niet in de beeldende kunst. Een onderscheid dat je wel kan maken, is dat de ene groep zich meer westers beweegt en aanhangt tegen het non-figuratisme, terwijl de andere groep meer is gericht op tropicalismo en realisme."

Schoonheidsideaal

 

Armand Baag beschouwt Nola Hatterman als zijn geestelijke moeder. Hatterman benadrukte juist het inheemse en wilde het aangeboren schoonheidsideaal laten prevaleren boven het Europese of Westerse schoonheidsideaal. 

 

Baag zegt hierover: “Elk volk heeft recht op zijn eigen schoonheidsideaal en dat van de Afrikanen is ons ontnomen. Al vijftig jaar geleden trachtte Nola dat te herstellen. Zij vertelde de mensen hoe mooi ze zijn en niet te luisteren naar zulk soort onzin als dat hun mond te groot is of hun haar te kroes. Als je niet van jezelf houdt, kunnen anderen ook niet van je houden." 

 

De zwarte mens is altijd centraal blijven staan in het werk van Armand Baag. Op zijn eigen wijze probeert hij uitdrukking te geven aan het ‘Surinaamse oergevoel’, zoals hij dat uitdrukte. 

Multidisciplinair

 

Armand Baag heeft zich gedurende zijn leven in meerdere kunstvormen uitgedrukt. Niet alleen als beeldend kunstenaar, maar ook als danser, dichter, zanger en componist (van liederen, een musical en van filmmuziek). Als musicus speelde Baag gitaar, xylofoon, kora, kalimba, piano, dwarsfluit en percussie. In zijn kunstvormen heeft hij ook op zijn beurt weer diverse leerlingen onderwezen, waaronder zijn dochter Surina Baag, die zich onder begeleiding van haar vader eveneens heeft ontwikkeld tot beeldend kunstenares ( www.surina.nl ). 

 

Baag noemde zichzelf een ‘kunstpriester’. Hij licht toe: “De mens leeft niet van brood alleen. Zang en dans heeft de neger door de moeilijke tijden geholpen. Als ik in het bos ben, hoor ik het ruisen van de bomen, en de hagedissen en de vogels tjilpen. Daarmee laad ik mijn accu op en dat komt in een andere vorm weer terug.” En tot slot: “Als kind hoorde ik Nola Hatterman zeggen: ‘Je moet van je leven een meesterwerk maken.’ Vandaar dat ik me wil ontwikkelen in een totaliteit, als een zon: alle stralen moeten ergens komen. Je moet je pink ontwikkelen, maar ook je neus, je tenen en je kuiten; je ontwikkelen als totaliteit.”

Copyright © All Rights Reserved